Voor- en Vroegschoolse Educatie

VVE staat voor Voor- en Vroegschoolse Educatie en is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid dat vanuit de overheid verplicht wordt gesteld. De peuterspeelzaal heeft een programma die voldoet aan de VVE kenmerken.

Het doel van dit programma is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool.

Wij richten ons op de voorschoolse educatie. Dat doen wij door gebruik te maken van het programma ‘startblokken’. Bij Startblokken wordt spel als basis gebruikt om te leren en ook om de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen en te bevorderen.

Binnen Startblokken staan 5 onderdelen centraal:

1. Themagericht werken
Thematisch werken helpt de kinderen grip te krijgen op de wereld om hun heen.
De thema’s worden aangeboden als kleine, overzichtelijke en herkenbare thema’s voor de kinderen. Dus bijvoorbeeld niet het grote thema “natuur”, maar wel “werken in de tuin”. Hierbij wordt gekeken of en welke thema’s en activiteiten betekenisvol zijn voor de kinderen. In de agenda kunt u vinden welke thema’s in welke weken worden behandeld.

2. Het inrichten van een rijke leeromgeving
Het is belangrijk dat de groepen zo zijn ingericht dat het uitlokt tot spel. Als een kind wordt verleid tot spel, dan gaat het vanzelf leren. Dat betekent dat er zichtbare en duidelijke speelhoeken zijn, zoals een huishoek, een bouwhoek, een verteltafel en een thematafel. De leidsters zorgen ervoor dat de inrichting aansluit bij de leeftijd van de kinderen en bij het gekozen thema. Ook zijn de leidsters zelf in de speelhoeken om het spel te initiëren of te ondersteunen.

3. Handelingsgericht observeren
De leidsters wordt geleerd de kinderen regelmatig te observeren in het spel en te verwoorden welke ontwikkelingsstappen er worden gemaakt. Soms blijkt uit observaties bijvoorbeeld dat er meer aandacht nodig is voor taal of juist voor sociale interactie tussen de kinderen. Hier wordt dan rekening mee gehouden binnen de activiteiten.

4. Spelactiviteiten als basis zien
Niet de dagstructuur en de zorgmomenten zijn de basis voor de dag, maar de vele spelmomenten op de dag vormen de basis. De leidsters creëren spelmogelijkheden en ondersteunen waar nodig. Dit vraagt om creativiteit en flexibiliteit.

5. Begeleiden door middel van 5 impulsen
Er zijn vijf impulsen ontworpen die de leidsters in verschillende stadia van het thematiseren toepassen: gezamenlijke oriëntatie, verdiepen van activiteiten, verbreden van activiteiten, toevoegen van nieuwe handelingsmogelijkheden en reflecteren op de activiteit.